Hongarije

Alles over Hongarije. Het landschap, de cultuur, de provincies, plaatsen en veel meer.

Eerste kennismaking met Hongarije.
Hongarije - of 'Magyarország' in het Hongaars, dat 'Land van de Magyaren' betekent - is een republiek in Centraal-Europa die grenst aan maar liefst zeven andere landen, met de klok mee: Oostenrijk, Slowakije, Oekraďne, Roemenië, Servië, Kroatië en Slovenië. Tot 1920, na het trekken van nieuwe grenzen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog hoorden delen van deze buurlanden (en Slowakije in het geheel) ook bij Hongarije, toen het land ongeveer 2,5 keer zo groot was als nu. In al deze landen wonen ook vandaag de dag nog grotere en kleinere groepen Hongaarse minderheden, met name in Zuid-Slowakije en het Roemeense Transsylvanië. Tegenwoordig heeft Hongarije een oppervlakte van 93.030 km2, ongeveer 2,5 keer de landoppervlakte van Nederland of 3 maal België.

Er wonen echter maar krap 10 miljoen mensen, vergelijkbaar met België, hetgeen neerkomt op ongeveer 108 mensen/km2, wat gemiddeld is voor dit deel van Europa. Hiervan wonen ruim 1,7 miljoen in de hoofdstad Boedapest; met de voorsteden erbij is dit 2,5 miljoen. Dat maakt Groot-Boedapest tot een heel grote stad voor een land met de huidige omvang en bevolking van Hongarije, want een op de vier Hongaren woont hier. Deze stad (in 1876 een samenvoeging van de drie steden Boeda, Pest en Oud-Boeda) is dan ook in alle opzichten de veruit belangrijkste plaats en het centrum van het land. In elke regio liggen kleinere, maar ook belangrijke regionale en culturele, educatieve en economische centra, die allemaal meer dan 100.000 inwoners tellen: Debrecen (ZO), Pécs (ZW), Miskolc (NO), Szeged (Z), Győr (NW), Nyíregyháza (O), Kecskemét (Oost-Centraal) en Székesfehérvár (West-Centraal).

Het historische Hongarije ligt als een bekken tussen de vrijwel volledig omsluitende bergketens Alpen en Karpaten; vandaar dat dit gebied bekend staat als het Karpatenbekken; het wordt echter ook sinds de Romeinse Tijd aangeduid met de naam Pannonische Vlakte. Volgens de overlevering vestigde de leider van de Hongaarse stammen, Árpád, in 896 zich met de andere Magyaren in deze immense vallei. De daaropvolgende eeuw namen zij grote delen land in bezit en breidden hun rijk uit. Het was in het jaar 1000 dat de eerste Hongaarse koning, Sint Stefanus ('Szent-István király') zich kerstende en het Koninkrijk Hongarije stichtte, dat vrijwel het gehele Karpatenbekken omvatte en bijna een millennium lang zou blijven bestaan, tot de communistische machtsovername na de Tweede Wereldoorlog.

Het landschap van de Republiek Hongarije kan tegenwoordig grofweg in vier hoofdregio's verdeeld worden, die weer onderverdelingen kennen in kleinere gebieden. De grootste landschapsstreek is de 'Alföld', de Grote Hongaarse Laagvlakte. Dit is een grotendeels vlak gebied met slechts enkele licht glooiende zandheuvels, dat het grootste deel van het oosten van Hongarije omvat. Hier vinden we ook de uitgestrekte 'puszta' (poesta), de laatste steppen in West-, Noord-, Zuid- en Centraal-Europa, waarvan die van Hortobágy het grootst en bekendst is. Ten noordwesten hiervan ligt het Tisza Meer, een stuwmeer in de gelijknamige rivier. Dit gebied werd oorspronkelijk vooral bewoond door nomadische stammen en kleine boerengemeenschappen, pas de laatste twee eeuwen is de streek op grote schaal ontgonnen en werden naast de bestaande marktstadjes nieuwe, relatief grote dorpen gesticht met een duidelijk geplande opzet. Ten noorden hiervan, parallel aan de Slowaakse grens ligt het zogenoemde 'Felföld', het Noordelijke Hoogland, dat gevormd wordt door de middengebergten Bükk en Mátra; hier bevindt zich ook de Kékes ('Blauwe' (Berg)), met 1015 m. de hoogste berg van Hongarije, waar evenals op een paar andere bergen in de winter geskied kan worden. In deze streek vinden we behalve enkele industrie- en mijnsteden vooral heel veel kleine dorpjes en stadjes, in valleien aan de rand van de bergen, met verder heel veel bos. In het westen van het land ligt een ander groot landschap, het zogenoemde Transdanubië, of voluit het Transdanubische Heuvel- en Bergland. In het midden hiervan ligt het bekende Balatonmeer, met 596 km2 het grootste binnenmeer van Centraal-Europa, alsmede het kleinere zusje, het Velencemeer of Meer van Velence. In tegenstelling tot de 'Alföld' is dit gebied veel glooiender, met enkele bergruggen (zoals onder andere de Mecsek, ten noorden van het Balatonmeer en aan de westkant op de grens met Oostenrijk de Voor-Alpen) die rijken tot ongeveer 700 tot ruim 800 meter hoogte. Deze streek wordt al lang bewoond en reeds in de Romeinse Tijd was dit een kruispunt van handelsstromen tussen West en Oost, Noord en Zuid. Er liggen vele natuurparken, er is veel bos en behalve enkele interessante en mooie oude steden vinden we ook hier vooral veel kleine dorpjes en stadjes. Het vierde Hongaarse landschap is het kleinste, dit betreft de 'Kis-Alföld', de Kleine Hongaarse Laagvlakte, gelegen in het noordwesten, richting Wenen. Dit gebied is landschappelijk gezien goed vergelijkbaar met de 'grotere broer' in het oosten en het heel licht glooiende land loopt hier uiteindelijk af richting het Meer van Neusiedl of Neusiedler See (Fertő tó in het Hongaars).

Door Hongarije lopen meerdere rivieren, waarvan de meeste gedeeltelijk de grens vormen met een van de buurlanden, zoals de Donau ('Duna' in het Hongaars), Tisza (of 'Theiß' in het Duits), Rába, Ipoly, Dráva en Körös. De belangrijkste twee - de Donau en Tisza - vormen de basis voor een alternatieve, veel gebruikte indeling van de streken in Hongarije: het deel ten oosten van de Tisza heet 'Tiszántúl', ten westen van de Donau ligt 'Dunántúl' (Transdanubië; ongeveer zo groot als Nederland) en daartussen ligt het Midden van Hongarije.

Hongarije is verdeeld in 19 provincies (officieel 'comitaat' of 'komitaat' genoemd; in het Hongaars: 'megye') en de hoofdstad Boedapest, die een soort stadsprovincie vormt, waarbij de 23 stadsdelen een bijzondere gemeente vormen. Alle steden buiten de hoofdstad met meer dan 50.000 inwoners hebben een speciale status en vallen feitelijk buiten de provinciale indeling. De vroegere districten zijn afgeschaft, wel zijn er tegenwoordig 174 statistische regio's ('kistérség'). Bijna alle plaatsen in Hongarije vormen een afzonderlijke gemeente ('önkormányzat'), sommige hebben amper een paar dozijn inwoners. In totaal zijn er (in 2010) 3152 gemeenten, waarvan er begin 2010 in totaal 328 de status van 'stad' hadden, met een inwonertal variërend van iets meer dan 1.000 tot de 1,7 miljoen van Boedapest. Steeds belangrijker wordt de sinds het midden van de jaren negentig geďntroduceerde indeling in regio's, vooral in Europees verband en op het gebied van regionale ontwikkeling. Op dit moment hebben deze regio's nog geen bestuurlijke en politieke functie, maar dat wordt wel overwogen. De zeven regio's (met tussen haakjes hun Hongaarse naam en 'hoofdstad') zijn: Centraal-Hongarije (Közép-Magyarország; Budapest), Centraal-Transdanubië (Közép-Dunántúl; Székesfehérvár), West-Transdanubië (Nyugat-Dunántúl; Győr), Zuid-Transdanubië (Dél-Dunántúl; Pécs), Zuidelijke Laagvlakte (Dél-Alföld; Szeged), Noordelijke Laagvlakte (Észak-Alföld; Debrecen) en Noord-Hongarije (Észak-Magyarország; Miskolc).

Zuid-Transdanubië: de thuismarkt van GeGe Makelaardij en de GeGe Groep.
GeGe Makelaardij is als Hongaarse makelaar gespecialiseerd in vastgoed in de regio Zuid-Transdanubië, dat de provincies Baranya, Tolna en Somogy omvat. Deze streek is –terecht- zeer geliefd, niet alleen bij de Hongaren zelf, maar ook bij Nederlanders. Waar Duitse gasten over het algemeen hun voorkeur hebben voor het Balatonmeer (de Plattensee), weten Nederlandse en Belgische toeristen en zij die er hun tweede thuis van hebben gemaakt meer en meer de weg te vinden naar deze streek in Zuidwest-Hongarije. Overigens heeft GeGe Makelaardij ook altijd objecten te koop elders aan de oevers van het Balatonmeer, alsmede in West-Hongarije, richting de grens met Oostenrijk (met name de Provincies Zala, Vas en Veszprém), in en rond Boedapest en af en toe ook in andere van de eerder beschreven regio's.

Dat de Nederlandstaligen een duidelijke voorkeur hebben voor Zuid-Transdanubië kan wel eens met het aantrekkelijke landschap te maken hebben: in tegenstelling tot grote delen van Hongarije, waar de Grote en Kleine Laagvlakte (Alföld) duidelijke overeenkomsten vertonen met het landschap van de Lage Landen, is dit gebied heuvelachtig, bosrijk, met kleinschalige verkaveling, en bezit het glooiende terrein veel natuurschoon. Daarbij is de streek zeer afwisselend, zoals moge blijken uit de navolgende korte beschrijving, met voor elk wat wils: natuur, water, bos, cultuur in interessante steden en een gastvrije bevolking. Maar eigenlijk leest u nu wellicht niets nieuws, want ongetwijfeld heeft u deze ervaring reeds zelf geproefd en kent u de goed bewaard gebleven schatten van Zuid-Transdanubië, dat al bij de Romeinen (de provincie Valeria was onderdeel van het rijksdeel Pannonia) geliefd was. De meeste schoonheid ligt vaak wat verborgen, nét van de hoofdwegen af, in die pittoreske, slaperige dorpjes, waar iedereen elkaar kent en ook buitenlanders die van goede wil zijn met grote vreugde deel worden van de leefgemeenschap. Juist in zulke plaatsjes is veel van het aanbod van onroerend goed van GeGe Makelaardij in Hongarije gelegen.

De regio is goed ontsloten middels goede primaire en secundaire hoofdwegen, waaronder de nieuwe autosnelwegen M6 en M60: Boedapest – Szekszárd – Bóly / Mohács - Pécs. Grotendeels parallel loopt Rijksweg 6 (Boedapest - Szekszárd - Bonyhád - Pécs - Barcs - Kroatië). Autosnelweg M7 loopt vanaf Boedapest via Székesfehérvár aan de zuidkant van het Balatonmeer langs en is inmiddels doorgetrokken van Zamárdi (bij Siófok) via Nagykanizsa richting Zagreb, hetgeen met name Somogy en Zala goed ontsluit. Ten slotte wordt binnen afzienbare tijd gestart met de aanleg van autosnelweg M9, die de regio geheel doorsnijdt en West-Hongarije via Kaposvár en Szekszárd zal verbinden met Szeged en Oost-Hongarije. Een nieuwe brug over de Donau bij Szekszárd, alsmede enkele andere delen van deze weg, waaronder de rondweg bij Kaposvár zijn reeds geopend. Door de goede infrastructuur (ook per spoor) zijn vanuit Zuid-Transdanubië zowel Boedapest, als het Balatonmeer en Kroatië binnen een tot twee uur te bereiken. Internationale vliegvelden in Boedapest (Ferihegy), Pécs-Pogány, Sármellék (Balaton) en net over de grens in Wenen (Schwechat) en Bratislava zorgen voor een snelle en tegenwoordig heel voordelige connectie van de regio met West-Europa. Vanaf diverse (regionale) vlliegvelden bieden lage-kostenmaatschappijen voor zeer aantrekkelijke prijzen dagelijkse vluchten aan. Vanaf Nederland of België is het doorgaans 1,5-2 uur vliegen. Met de auto varieert de afstand van 1200-1600 kilometer, vrijwel geheel over autosnelwegen. Voor wie dat wil en kan afwisselen, is het goed in een keer te rijden, anders is een overnachting halverwege in Duitsland of Oostenrijk een goede optie.

Hongarije, land van paarden, poesta en prima wijnen, biedt alles dat een aangenaam verblijf, ook voor langere tijd garandeert. Het zeer gevarieerde aanbod van GeGe Makelaardij in Hongarije speelt hier op in, nu in verschillende delen van juist deze interessante regio onroerend goed ter bemiddeling wordt aangeboden. De medewerkers kennen het gebied als geen ander en kunnen uw eigen informatie, ervaringen en kennis indien gewenst altijd aanvullen.

Het afwisselende landschap van Hongarije: van meren tot bossen tussen bergen en dalen.
Het landschap van Zuid-Transdanubië kan onderverdeeld worden in enkele kleinere delen. Het meest opvallende is het centraal gelegen Mecsek gebergte, in Baranya. De toppen hier rijken tot 682 meter (de Zengő). Geen Alpen dus, maar voor Nederlandse en Hongaarse begrippen zeker bergjes. Het kenmerkende is de relatief kleine oppervlakte van deze oost-west georiënteerde bergrug. Tussenin liggen verscholen dalen met kleine dorpjes en veel bossen, met waterloopjes en eindeloze paden: een waar paradijs voor wandelaars. Aan de zuidkant gaat de Mecsek bij de stad Pécs (Europese Hoofdstad van Cultuur in 2010) geleidelijk over in een licht glooiend geheel. Er liggen hier enkele natuurgebieden, zoals de grote Oostelijke Mecsek (Keleti Mecsek). Naast het fraaie kastanjebos van Zengővárkony vinden we hier ook diverse beschermde flora en fauna, waaronder enkele slechts hier voorkomende wilde roossoorten. Door de smalle afstand tussen noord en zuid is het gebied veel beter begaanbaar dan menig ander bergrug en daardoor ook goed ontsloten, waardoor vrijwel elk dorp een snelle, directe verbinding heeft met de doorgaande wegen; toch niet onbelangrijk in het winterseizoen.

De bergrug gaat aan de voet vloeiend over in heuvels, die aan de noordoostkant bekend staan als de berg- en heuvelrug van Tolna (tolnai hegység és dombság), een verrassend veelzijdig en rustig gebied. Op 20 kilometer ten zuiden van Pécs in Baranya vinden we een tweede kleine bergrug, die van Villány. Dit zeer aantrekkelijke gebied is bekend om haar vele wijngaarden en zonnige heuvels; de Wijnstraat Villány-Siklós is het thuisland van goede wijnen als 'Villányi kékoportó', 'Siklósi chardonnay' en enkele andere; wellicht niet zo bekend als de Tokaj wijnen, bij kenners echter niet minder vermaard. Ook in deze streek heeft GeGe Makelaardij geregeld aanbod van woningen. Iets weidser is Somogy, dat de rust van zeer authentieke gebieden als het bos- en heuvelrijke Zselic, dat doorloopt tot in het westen van Baranya, combineert met de nabijheid van het Balatonmeer en interessante, onontdekte stadjes. Voor wie dit meer - en dan met name de zuidkant - wat te druk en te groot vindt, is er even ten oosten van de stad Székesfehérvár in de Provincie Fejér het warme en ondiepe Velencemeer, ideaal voor kleinere kinderen. Tegelijk vinden we in Somogy een overgang van heuvels naar glooiende, uitgestrekte akkers en weiden van Hongarije. Voor de Nederlander of Belg die de ruimte zoekt en het zat is thuis altijd inkijk van de buren te hebben is dit dunstbevolkte gebied van Hongarije een verademing.

Voor water- en hengelliefhebbers zijn er vele meren en de rivieren de Dráva en de Donau. Met name de laatste kent een eindeloze delta, die tussen Szekszárd en Baja onderdeel is van het Wild- en Natuurpark Gemencwoud. Hongarije is ook wereldberoemd voor de jacht.

Steden en dorpen van Hongarije: van werelderfgoed tot natuurlijk goed
Allerlei soorten nederzettingen kunnen worden aangetroffen in de regio. Het meest kenmerkende zijn de kleine dorpjes; alleen in Baranya zijn er al bijna driehonderd. Sommige hiervan hebben minder dan 50 inwoners, de grootste enkele duizend. Duidelijk herkenbaar zijn de verschillende cultuurhistorische invloeden van de Kroatische bevolking nabij de grens en rond Mohács, terwijl in het gehele oostelijke gedeelte van Baranya (Branau in het Duits) en rond het stadje Bonyhád (Bonnhard) in Tolna (Tolnau) de Duitse minderheid (‘Schwaben’) duidelijk hun stempel hebben gedrukt op de ruimtelijke structuur en de vorm van de huizen. Het duidelijkst is dit wellicht zichtbaar in het dorpje Mecseknádasd, dat oorspronkelijk een eigen Hongaarse en een Duitse dorpskern kende. Het gemeenschappelijke kenmerk is dat veel dorpen vaak verscholen liggen in de dalen tussen of gesitueerd zijn aan de voet van de heuvels. Andere zijn in iets vlakkere delen gelegen, in de vallei van een rivier, zoals het rustieke Ormánság, rond het stadje Sellye.

Steden zijn er ook in Zuid-Transdanubië. Het regionale centrum van dit deel van Hongarije is de zeer aantrekkelijke stad Pécs (162.000 inwoners en Europese Culturele Hoofdstad in 2010), momenteel nét na Szeged qua inwoners de 5e stad van het land. De stad is uitgewaaierd over uitlopers van de Mecsek en al met al ruim 20 kilometer van oost naar west. De plaats is gesitueerd op vele heuvels - terwijl het centrum zelf gelegen is in een dal, zonder rivier – waardoor er veel eengezinswoningen op ruime kavels met wijngaarden zijn. Aan de ene kant is de sfeer hierdoor gemoedelijk, terwijl het centrum met hypermoderne ruim opgezette winkelcentra alles biedt dat men zich kan wensen. Feitelijk is het cultureel, economisch en op onderwijsgebied na Boedapest tezamen met Debrecen de tweede stad van Hongarije. Op ruim 600 meter gelegen biedt de bijna 200 meter hoge t.v.-toren een geweldige blik over dit alles. De stad is zeer bezienswaardig, o.a. door de opvallend vele musea, de oorspronkelijk 12e-eeuwse kathedraal, de goed gerestaureerde stadsmuren en de op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatste vroeg-christelijke grafkelders (2e eeuw n.Chr.) met het omliggende stadsdeel. Daarnaast bezit de stad de meeste monumenten uit de Turkse tijd van het hele land, waaronder twee moskeeën.

Andere leuke en interessante steden zijn o.a. Kaposvár (66.000 inw.), de gezellige en historische hoofdstad van Somogy, het gemoedelijke, groene Szekszárd (34.000 inw.), hoofdstad van Tolna en een lokaal wijncentrum, en Mohács (19.000 inw.), samen met Boedapest de enige stad in Hongarije die aan beide zijden van de Donau is gelegen. Nabij hier vond in 1526 de Slag bij Mohács plaats, dat het begin van de Turkse bezetting van Hongarije inluidde. Het stadje is voorts bekend om haar folklore, zoals het speciale 'busó', een unieke variant op het carnaval. Wie op zoek is naar meer vertier en een goede uitgaansgelegenheid kan terecht in Siófok (24.000 inw.), het centrum van de zuidoever van het Balatonmeer.

Bezienswaardig zijn ook de fraaie burchten in stadjes als Siklós, Pécsvárad en Szigetvár (alle drie in Baranya). Een goed voorzieningenniveau is in Hongarije misschien niet immer zo dicht om de hoek als in Nederland of België, maar naast alle voornoemde plaatsen en de provinciehoofdsteden beschikken stadjes als Bonyhád, Dombóvár, Paks en Tamási (Tolna), Nagyatád, Marcali en Barcs (Somogy), Komló (Baranya) en Keszthely (Zala) over een compleet voorzieningenpakket.

Recreatie in Hongarije: grote grotten en gezond ontspannen in kuuroorden en meren.
Naast die heerlijke rust en idyllische wandelingen is er ook genoeg te recreëren in Hongarije. Wie het aangename met het gezonde wil combineren kan terecht in een van de vele kuuroorden, waarbij Harkány, Dombóvár-Gunarasfürdő , Magyarhertelend en het bij Komló gelegen Sikonda het bekendst zijn. Andere leuke kuuroorden zijn bijvoorbeeld Zalakaros en het thermaalmeer van Hévíz in Zala en Bükfürdő in Vas. Maar ook in plaatsen als Szigetvár, Tamási, Bonyhád, Kaposvár, Igal, Csokonyvisonta, Barcs, Marcali en Nagyatád kan men in de warme baden terecht, evenals in diverse kasteelhotels, die vandaag de dag dikwijls over een uitgebreid wellnessgedeelte beschikken, zoals bijvoorbeeld in Bikal en Hőgyész. Zwemmen kan in overdekte en openluchtzwembaden en in de vele meren, bijvoorbeeld de vier van Orfű, niet ver van Pécs. Hier kan men ook heel goed vissen. En natuurlijk ligt ook het Balatonmeer, het grootste meer van Centraal-Europa, dichtbij genoeg voor een dagtripje; evenzo het Velencemeer.

Verder zijn er legio mogelijkheden, voor jong en oud, voor rust- en vertierzoekers in Hongarije. Zoals bijvoorbeeld de fraaie druipsteengrot te Abaliget, of het reeds genoemde Gemencwoud. Op diverse plaatsen rijden smalspoortreintjes dwars door de bossen en wildparken (zoals in Almamellék), en kan men mountainbiken, vissen, zwemmen, leuke streek- en openluchtmusea bezoeken, wandelen, fietsen of in de winter zelfs genieten van de sneeuw. Voor wie de paar liftjes in Hongarije te klein zijn, rijdt in een paar uur naar de Oostenrijkse Alpen, of de nabije bergen in Kroatië en Slovenië. In de zomer is een uitstap(je) naar deze landen, de Adriatische kust, of bijvoorbeeld Italië (Venetië!), Roemenië of Slowakije zeer interessant en dichterbij dan u denkt! Over het algemeen zijn de prijzen in Hongarije voor Nederlandse en Belgische begrippen vrij laag, hetgeen ook geldt voor het nuttigen van een maaltijd buitenshuis. Maar dat is lang niet altijd nodig, want dikwijls wordt men als gast uitgenodigd bij buren of vrienden! Ontdekt u het zelf...